Leliekerk
Krommenie

Nieuws

Nieuws

Agenda

18 november 2017

Pasen

Geen lichamelijke Opstanding van Jezus Christus uit de doden, geen Kerk op …

26 maart 2016

Lijdensweg 2

Hij moest zijn in het Huis van Zijn Vader om de offerdienst in de Tempel te…

25 maart 2016

Lijdenstijd deel 1: Maria van Betanië of Maria Magdalena

Maria van Betanië of Maria Magdalena

door: Ganpat Berrevoets

In de lijdenstijd en zeker in die laatste week daarvan sta ik wat meer stil bij de climax van Jezus’ missie op aarde. Dit jaar vooral bij twee personen, die met onze Heer Jezus Christus mee opliepen en wellicht ook stonden aan de voet van het kruis op Golgotha.

Deze week wat gedachten over deze twee belangrijke personen uit het leven van Jezus. Twee mensen, die denk ik, de eerste getuigen waren van Zijn opstanding op de eerste dag van de week, de Paasmorgen.

De eerste persoon is Maria en dan bedoel ik niet de moeder van Jezus, Maria van Nazareth. Maar het gaat hier om Maria de zus van Martha. Misschien kennen jullie haar wel als een vrouw, die aan de voeten zat van Jezus en als een vrouw, die luisterde naar Zijn woorden. Volgens Jezus had zij het ‘goede deel’ uitgekozen. En dit zal haar ook niet worden ontnomen (Lukas 10:38-42).

Het is altijd erg apart dat Lukas dit korte verhaal over Maria en Martha zo kort houdt en vaag: ‘een zeker dorp’ en twee vrouwen, die vanuit het niets opduiken. Waarom zo mysterieus? We weten dat Maria en Martha in Betanië woonden en dat hun broer Lazarus heet (Johannes 11:1). Ook weten we dat Jezus daar heel vaak kwam. In die omgeving vond Jezus ook Zijn eerste discipelen, maar daarover donderdag meer. Wat ook zo bijzonder is, is dat Markus, Mattheüs en Lukas niet ronduit zeggen dat het Maria was, die Jezus zalfde. Alleen de schrijver van het vierde evangelie onthult haar identiteit: Maria van Betanië (Johannes 12:1-11).

In bovengenoemd gedeelte is Jezus opnieuw in Betanië, zes dagen voor het Pascha, dus laten we zeggen dat het op een vrijdag was, de vrijdag voor de donderdag waarop Jezus het Laatste Avondmaal met Zijn discipelen vierde. We weten wie daar aanwezig waren: Lazarus en Martha was er ook. Zij diende, net als in Lukas 10. De andere evangeliën geven aan dat Jezus op bezoek was bij Simon de melaatse. Waarschijnlijk had Jezus hem genezen van melaatsheid en er zijn ook wel mensen, die gezegd hebben dat hij de man was van Martha, omdat zij daar diende. Het zou kunnen.

Wat een gedrag van Maria. Zomaar als vrouw je haren in het openbaar losmaken. Dat hoorde niet. Een zondige vrouw noemt Lukas haar (Lukas 7:37). Ze giet ook nog eens een heel duur kruikje lekker geurende nardusmirre, een pond (!), op Jezus voeten leeg en wellicht, zoals de andere evangelisten schrijven, ook over zijn hoofd. Daarna begint ze met haar haren Zijn voeten af te drogen. Het is ongehoord … Simon, de gastheer kan er niet bij, Martha zal ook wel gedacht hebben ‘Maria waar ben jij nu helemaal mee bezig?’ en Judas Iskariot, hij is er al helemaal niet over te spreken. Hij geeft woorden aan wat andere discipelen ook wel dachten: ‘Waarom is deze mirre niet voor 300 schellingen verkocht en aan de armen gegeven?’ (zie ook Mattheüs 26:8).

Maria deed dit voor Jezus’ begrafenis. Had Maria het begrepen? Had ze Jezus goed door gehad toen ze aan Zijn voeten zat te luisteren en Martha boos werd op Jezus en vond dat Hij haar moest zeggen dat zij Martha moest helpen? Was het tot Maria doorgedrongen toen Jezus al zo’n drie keer gezegd had: ‘De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen van de mensen en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen …’ (Mattheüs 20:17-19)?

Jezus zegt dat overal waar het evangelie in de wereld gepredikt zal worden, ook tot haar gedachtenis gesproken zal worden wat zij gedaan heeft. Dat heeft Jezus verder van niemand anders gezegd … Waarschijnlijk had Maria het werkelijk goed begrepen. Ze had immers het goede deel gekozen, had de Heer gezegd.

 

Jezus is de Messias, de Gezalfde. Maar tijdens Zijn leven was er geen profeet, die Hem letterlijk gezalfd heeft. Ook Johannes de Doper niet. Jezus was direct na Zijn doop door Zijn Vader ‘gezalfd’ met de Heilige Geest (Markus 9:9-11). Hij was de geliefde Zoon, die God al op het oog had toen Hij de gezalfde koning David iemand beloofde, die voor eeuwig op zijn troon zou zitten (2 Samuël 7:12-16). Hoe werd deze Jezus dan de gezalfde Koning der koningen? Dat werd Hij dwars door de dood heen. Daarom toch nog een zalving met nardusmirre voor Zijn begrafenis. Die geur ervan zal misschien niet alleen het huis van Simon hebben doordrongen, maar ook het huis waar Jezus met Zijn discipelen het Pesach vierde, en het huis van de hogepriester, de binnenplaats van de burcht Antonia waar Pilatus Hem verhoorde en de plaats waar Jezus gekruisigd werd als ‘de koning der Joden’ … De geur van een pond parfumolie, die was je niet zomaar weg. Aan Jezus, de Gezalfde kan je niet zomaar voorbij gaan. Iedereen zag hem, mensen sloegen Hem, verraadden Hem, verlieten Hem en verloochenden Hem.

Jezus stierf aan het kruis en Hij werd begraven. Maar waar is Maria opeens gebleven? Jezus had haar lief (Johannes 11:5) en zij Hem zo bleek, ze begreep Hem zo goed. Ze had met eigen ogen gezien hoe Hij haar broer opwekte uit de dood! Waarom lijkt ze dan plotseling te zijn verdwenen? Was ze weggevlucht net als de tien discipelen? Had ze Hem uiteindelijk ook verloochend net als Simon Petrus?

De vierde evangelist lijkt bij de kruisiging haar bijnaam te gebruiken. Lukas zegt dat er een vrouw was, die Jezus volgde, met de bijnaam Magdalena. En opeens duikt deze vrouw bij de kruisiging op (Johannes 19:25). Niet eerder noemde deze evangelist haar in zijn evangelie en op de eerste dag van de week gaat deze vrouw vroeg in de morgen naar het graf. Het graf. Maria had Jezus gezalfd met het oog op Zijn begrafenis! Is deze vrouw, Maria Magdalena niet gewoon de zus van Lazarus, die ergens ook niet de hoofdrol op zich wilde nemen als de eerste, die Jezus als de opgestane ontmoette? Misschien had ze wel gezegd tegen de vierde evangelist:

 

Noem me bij het kruis maar bij mijn bijnaam. De naam waarmee ik nog bekend stond als degene, die bezeten was door zeven demonen (Lukas 8:2). Want ik heb later met Pinksteren pas begrepen dat al het kwaad, de zonde en de Satan verslagen werden door Jezus’ kruisdood en opstanding. Ik ben niet beter dan de andere discipelen, omdat ik eerder het goede deel koos ten opzichte van hen, omdat ik Jezus sneller begrepen had dan zij. Bij het kruis stond ik ook te huilen, ik kon er niet bij en wist ook niet hoe het verder moest. Bij het graf zag ik niet eens dat het de Opgestane Heer was, die voor mij stond. Ik heb Zijn redding en Gods genade net zo hard nodig als iedere andere zondaar. Noem mij, Maria van Betanië, juist hier maar voor even Maria Magdalena.

Deze Maria Magdalena, Maria van Betanië mag Jezus als eerste zien en verkondigt Jezus’ opstanding aan Zijn discipelen. Haar naam en haar daden zullen daarom dan ook nooit vergeten worden. Laten we met Pasen net als zij naar Jezus’ discipelen gaan, onze mede-gelovigen in Zijn gemeente, om te getuigen en te belijden: Jezus, de Gezalfde van God, is opgestaan uit de dood.

maria16042014.jpg