Leliekerk
Krommenie

Nieuws

Nieuws

Agenda

9 november 2018

Pasen

Geen lichamelijke Opstanding van Jezus Christus uit de doden, geen Kerk op …

26 maart 2016

Lijdensweg 2

Hij moest zijn in het Huis van Zijn Vader om de offerdienst in de Tempel te…

25 maart 2016

Palmzondag

Door Ganpat Berrevoets

Hieronder twee vragen.

Hoe kan het dat Jezus als koning in Jeruzalem werd binnengehaald, maar een paar dagen later door de bevolking van de stad wordt uitgejoeld?

en

Hoe kan het dat zij Pilatus om Barabbas vragen en Jezus met doornenkroon en opengeslagen rug verwerpen?

Tijdens het Nieuwe Testament in Vogelvlucht stelde Hans Wulffraat de eerste bovenstaande vraag. Een tijd terug heb ik mensen er wel eens verbaasd over horen spreken. Zelf dacht ik toen dat het wel eens aan het volgende zou kunnen liggen.

Zowel in Mattheüs, Markus als Lukas staat er beschreven dat Jezus na de intocht de mensen veel onderwijs gaf in de tempel. Daar werd hij ook door de priesters en schriftgeleerden stevig ondervraagd over Zijn bevoegdheid. Hij wordt op de proef gesteld. Jezus slaat hier spijkers met koppen en niemand kan iets tegen Hem beginnen. Lees zelf die gedeeltes eens na. Degenen die verwachtten dat Hij een opstand zou beginnen tegen Rome raakten teleurgesteld. Hij bleef maar onderwijzen en er gebeurde verder niets. Toen de gehate vijanden Hem eenmaal gevangen hadden genomen, kozen zij liever voor iemand, die wel de ambitie had om echte spijkers met koppen te slaan. Het gevolg was dat Jezus aan een kruis werd gespijkerd buiten de stad … verworpen door de mensen en verlaten door God.

Deels klopte die gedachte van mij ook wel, maar er was meer aan de hand. Hans Wulffraat vertelde dit. De intocht in Jeruzalem vond plaats voorafgaand aan het Pesachfeest. Het feest van de bevrijding uit Egypte. Heel veel Joodse pelgrims uit allerlei gebieden uit de wereld kwamen naar Jeruzalem. Waarschijnlijk kwamen de meeste mensen uit Galilea. Ook Jozef, Maria en Jezus trokken jaren eerder met hun familie uit dat gebied naar de heilige stad om daar dit feest te vieren (Lukas 2:40-52). Het is bekend dat de Galileeërs in een tentenkamp buiten de muren van de stad verblijf hielden. Dit werd ook wel ‘klein Galilea’ genoemd.

Er was geen Galileeër die kon zeggen, die Jezus ken ik niet. Denk even aan Simon Petrus, tegen wie gezegd wordt in de buitenplaats van de hogepriester ‘je accent verraad je, je komt uit Galilea, je bent wel één van Jezus’ discipelen’. Het was vooral in Galilea dat Jezus zieken genas, demonen uitdreef en brood en vis vermenigvuldigde voor meer dan 5000 en voor meer dan 4000. Het was Jezus die in de heuvels van Galilea als een gezaghebbende leerde en gelijkenissen sprak. Hem zagen de Galilese pelgrims in de verte naderen, zachtmoedig op een ezel. Zij kenden Hem! Dat was Jezus van Nazareth! En zij herkenden in Hem wat de profeet Zacharia had geschreven:

‘Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnenjong.’ (Zacharia 9:9)

Maar wanneer deze koning Jeruzalem binnenkomt, vragen de inwoners Jeruzalem in rep en roer aan de Galileeërs, die Hem binnenhalen:

‘Wie is dit?’

Antwoord:

‘Dit is de profeet, Jezus van Nazareth in Galilea.’

Wat voor goeds kan er uit Nazareth komen? Een retorische vraag van Nathanaël (Johannes 1:47). Galilea heeft helemaal geen inspraak in Jeruzalem in Judea. De Judeeërs zagen het als heidens en donker gebied (Mattheüs 4:12-17). Het Sanhedrin, de Joodse raad is de baas in Jeruzalem en met Jezus willen ze niets te maken hebben. Wie de evangeliën vanaf dit moment goed doorleest zal merken dat het vooral de leidinggevenden van de stad zijn die Jezus uit de weg willen ruimen. Daarvoor gebruiken zij of beter gezegd misbruiken zij Zijn woorden door valse getuigen te laten komen om die woorden te verdraaien (Mattheüs 26:59) en door het volk van Jeruzalem op te hitsen (Mattheüs 27:20). Het waren dus niet de Galileeërs die Hem niet meer wilden. De mensen die Hem in Jeruzalem verwelkomden met palmtakken en mantels al roepend ‘Hosanna de Zoon van David, gezegend Hij die komt in de naam van de HEER; Hosanna in de hoogste hemelen (Mattheüs 21:9). Maar het waren de overheid en de inwoners van Jeruzalem, van Judea … zij leverden Hem over aan de vijand om Hem te laten kruisigen. Het was ook een Judeeër die Jezus verraadde: Judas Iskariot. Die laatste naam slaat op de plaats waar hij vandaan kwam. De man van Keriot, een dorp in Judea.

Heel triest. Maar zijn wij zoveel beter? De tweede vraag aan het begin van dit stuk was:

Hoe kan het dat zij (voornamelijk de Judeeërs dus) Pilatus om Barabbas vragen en Jezus met doornenkroon en opengeslagen rug verwerpen?

 

Betrek die vraag eens op u zelf. We kunnen Jezus beleden hebben voorin de kerk, we kunnen aan het Avondmaal hebben gezeten en de dood van Christus hebben verkondigd … maar dan komt er een periode waarin we ons liever laten verleiden door de tegenstander. Opgehitst door hem kiezen we voor onze eigen wil en zetten we die Man van smarten aan de kant.

Bekeer je, want het Koninkrijk van God is nabij! Denk niet dat je het oordeel kan ontlopen. Beeld je niet in dat je bij jezelf kunt zeggen: ik ben gedoopt, ik heb belijdenis gedaan, maar zoals Johannes de Doper het zegt:

‘Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt.’ (Mattheüs 3:8).

Neem deze Jezus met doornenkroon en opengeslagen rug aan in uw hart. Bevrijd werd Hij op dat moment niet, maar Hij stond daar zo gehavend en bespot om u en jouw te bevrijden van zonden en oordeel.

Op Witte Donderdag gaat het over twee mysterieuze mannen in Jeruzalem.

Palmzondag29032015.jpg