Leliekerk
Krommenie

Nieuws

Nieuws

Agenda

18 november 2017

Pasen

Geen lichamelijke Opstanding van Jezus Christus uit de doden, geen Kerk op …

26 maart 2016

Lijdensweg 2

Hij moest zijn in het Huis van Zijn Vader om de offerdienst in de Tempel te…

25 maart 2016

Stille Zaterdag: Maria de moeder van Jezus

Door Ganpat Berrevoets

De dag nadat iemand overleden is, is het stil in huis. De stem, de voetstappen, de adem van die persoon worden niet meer gehoord. Wennen zal het nooit, want er zijn altijd momenten dat je aan hem of haar denkt. Hoe zou het nieuws over de gruwelijke dood van Jezus zijn ontvangen thuis in Nazareth? Het zou niet de eerste keer zijn geweest dat er een overlijdensbericht was uitgegaan uit het huis van Jozef. Men neemt aan dat Jozef al gestorven was tijdens Jezus’ jeugd. De reden daarvan is dat hij niet meer genoemd wordt bij Jezus’ sterven. Zijn moeder echter wel. In het vierde evangelie lezen we dat ze niet in Nazareth was, maar dat ze getuige was van de kruisiging van haar zoon.

Simeons woorden
Zo’n drieëndertig jaar geleden was er een oude man in de tempel van Jeruzalem, die tegen een jonge moeder zei:

‘Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt – en door je eigen ziel zal een zwaard gaan -, opdat de gezindheid van velen aan het licht komen.’ (Lukas 2:34)

Simeon was de naam van de oude man. Hij zegende Maria en Jozef, maar deze woorden die speciaal voor haar bedoeld waren, was ze nooit vergeten. Het is hoogstwaarschijnlijk Jezus’ moeder geweest die ons dit ook heeft doorgegeven. We weten dat zij een vrouw was die goed onthield wat er gezegd werd door Jezus zelf (Lukas 2:51). Zo zal ze ook zeker hebben onthouden wat Simeon haar had voorspeld.

Toen ze haar zoon zo zag lijden aan een kruis en Hem hoorde uitschreeuwen dat Zijn God Hem verlaten had, zal ze meer dan eens gedacht hebben aan deze woorden. Ze zal het zeker gevoeld hebben hoe er als het ware een scherp zwaard door haar heen ging. Beroofd was ze van haar kind. Jezus haar lieve zoon had dit totaal niet verdiend. Waarschijnlijk had ze er wel voor gevreesd, want er waren momenten waarop ze Hem liever had thuisgehaald. Zie hiervoor Markus 3:21 en 31.

Zo kan het voelen op de dag en de dagen na het overlijden van een geliefde. Had ik hem, had ik haar nog maar hier. Ondanks zijn of haar eigenaardigheden, onhebbelijkheden, want ik hield van hem of van haar.

Het enige wat Maria kan doen is naar een graf kijken. Een rotsgraf waar een grote steen voor gerold is. Het is over. Zou ze gedacht hebben ‘was mijn zoon het dan wel?’ Zou ze getwijfeld hebben aan zichzelf, aan Gods belofte, die zij gekregen had? Eerst was Johannes gedood over wie ook zulke bijzondere dingen gezegd waren. En nu haar zoon, Gods Zoon. Ja, want dit kind was niet eens Jozefs kind! Het was de Heilige Geest die ervoor gezorgd had dat ze Jezus ontving. Waarom heeft God haar Zoon dan weggenomen? We weten niet precies wat er in Maria is omgegaan.

De verdere nabestaanden
Wat me is opgevallen is dat ze opeens bij de kruisiging aanwezig is. Dat moet betekenen dat ze ergens in die laatste week in Jeruzalem moet zijn aangekomen. Misschien al wel bij de intocht in Jeruzalem. Zoals ik mij op Witte Donderdag ook al afvroeg, wie had Jezus daar nog meer voor bekenden in Jeruzalem? Het is heel goed mogelijk dat Maria verbleef bij haar familie. Wellicht ook Essenen? We weten dat haar zus en de vrouw van Jozefs broer, Klopas (Kleopas) bij de kruisiging waren (Johannes 19:25). Misschien hadden Lazarus, Maria en Martha Jezus’ moeder in huis opgenomen in Betanië. Zowel Lazarus als Maria waren in ieder geval ook bij de kruisiging aanwezig.

Nu op Stille Zaterdag is ze toevertrouwd aan de discipel, die Jezus liefhad (Johannes 19:27). Als Jozef overleden was, dan had Jezus de zorg voor Zijn moeder op zich genomen. Deze zorg droeg Hij vreemd genoeg niet over op Zijn jongere broer Jakobus, maar op Lazarus. Waarschijnlijk omdat deze discipel wel in Jezus geloofde en Zijn broer nog niet. Maar mogelijk deed Jezus dat ook met het oog op de toekomst. Hij wist namelijk dat Jakobus het druk zou gaan krijgen. In Handelingen 15:13 en 21:18 blijkt hoe belangrijk zijn rol in de gemeente in Jeruzalem was geworden. Het lijkt er zelfs een beetje op dat wat hij zegt gezag heeft. Alle apostelen, ook Petrus en Paulus luisteren naar wat hij zegt. Bedenk ook dit: hij was na Jezus, de volgende in lijn voor het koningschap over Israël. Ik kan me zo voorstellen dat Jezus Zijn broer wilde ontlasten van verdere taken.

Een zwaard door Maria’s ziel. Vast ook een zwaard door het leven van Jakobus, van Jozef, van Simon, van Judas en van tenminste twee zussen. De familie van Jezus wordt nog al eens vergeten zo rondom Goede Vrijdag. Er staat niet bij dat ze bij het graf geweest zijn. Misschien was dat voor de broers wel te gevaarlijk. Aangezien zij ook van David afstamden en net als Jezus gezien konden worden als potentiële messiassen. Als de discipelen al gevaar liepen, dan zij ook zeker. Ze waren nog liever allemaal timmerman. Maar allemaal hadden ze nog veel liever dit voor ogen, in de herinnering:

Jezus, hun oudste broer bezig zien in de timmerzaak van hun vader Jozef.

Wij toch ook? Onze geliefden, die al zijn gestorven? Hem of haar bezig zien waarmee hij of zij altijd bezig was …

Maar het blijft stil.

Bewaar deze woorden van Jezus als troost in je hart: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, …’ (Johannes 11:25)

stillezaterdag04042015.jpg