Leliekerk
Krommenie

Nieuws

Nieuws

Agenda

18 november 2017

Pasen

Geen lichamelijke Opstanding van Jezus Christus uit de doden, geen Kerk op …

26 maart 2016

Lijdensweg 2

Hij moest zijn in het Huis van Zijn Vader om de offerdienst in de Tempel te…

25 maart 2016

Witte Donderdag: Jezus’ geheime afspraak met de kruikdrager en de huiseigenaar

Door Ganpat Berrevoets

In de laatste dagen van Jezus’ missie op aarde worden er heel wat mensen genoemd. Meestal bij naam, maar vaak ook niet. Het zijn mensen, die niet eerder in de evangeliën voor komen. Voorbeelden daarvan zijn de vrouw van Pilatus en Jozef van Arimatea. Het lijken figuranten te zijn, flat characters, bijpersonen. Toch hebben ze allemaal een bijzondere betekenis. De vrouw van Pilatus wil niet dat haar man betrokken raakt bij de veroordeling van een rechtvaardige. Mogelijk vreesde ze het oordeel van de keizer als hem dit ter ore zou komen. Jozef van Arimatea begroef Jezus en zorgde ervoor dat Zijn lichaam niet in een massagraf belande. Iets dat wel vaker gebeurde bij gekruisigde misdadigers.

Geen wonder

Er zijn nog twee mensen aan wie we zo voorbij zouden lezen. Hun namen staan niet vermeld. Misschien wel met opzet. Het waren mensen die de HEER kende, maar de discipelen niet.

De dag waarop Jezus met de discipelen het Laatste Avondmaal, het Pesachmaal vieren is Jezus in Betanië bij Lazarus, Martha en Maria, waar Hij waarschijnlijk vaak verbleef tijdens die laatste week (Johannes 11-12). Men stelt Jezus de vraag:

‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen gaan treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’

(Markus 14:12)

Er gebeurt iets bijzonders. Vroeger dacht ik altijd dat het ging om een soort wonder of voorspelling van Jezus die uitkwam. Hij zegt tegen slechts twee van de discipelen, Petrus en Johannes (Lukas 22:8) dat ze naar Jeruzalem moeten gaan en daar komen ze een man met een waterkruik tegen en die moet ze volgen. Wanneer deze man een huis binnengaat, moeten de discipelen daar ook binnengaan en tegen de eigenaar van het huis zeggen dat de Meester, de Leraar het Pesachmaal bij hem wil eten. En het gebeurt precies zoals Jezus het voorzegd heeft. Toch is dit allemaal minder wonderlijk dan het op het eerste oog lijkt.

Vorig jaar schreef ik over Lazarus dat hij de discipel is, die Jezus liefhad en niet Johannes. Hij was een leerling van Jezus in Jeruzalem net als Jozef van Arimatea. Beide waren bekenden van de hogepriesterlijke familie. Dat kwam onder andere omdat zij in of in de buurt van Jeruzalem woonden. Vaak denken we bij de discipelen alleen aan de 12 en aan een aantal vrouwen. Maar de kring van ‘aanhangers’ was breed en beperkte zich niet alleen tot de Galileeërs. Afgelopen zondag schreef ik dat Judas Iskariot een Judeeër was. Zo waren er toch ook Judeeërs, die niet instemden met Jezus’ uitlevering. Een ander voorbeeld daarvan is Nicodemus (Johannes 3 en 7:50-52).

Een geheime afspraak

Blijkbaar had Jezus nog twee mannen in Jeruzalem die aan Zijn kant stonden. Deze twee gaan Petrus en Johannes ontmoeten als ze in de stad komen. Nu staat er in de Nieuwe Bijbelvertaling van Mattheüs 26:18 dat de discipelen wisten wie het waren, maar dat staat er in het Grieks niet. Er staat: ‘naar deze of gene’ of ‘naar die en die’. In Markus 14:13-14 lezen we wie ‘die en die’ zijn: een man met een waterkruik en een huiseigenaar. Hun identiteit wordt door Jezus met opzet verborgen gehouden.

Voor de twee discipelen zou het ergens vreemd geklonken hebben. Een man die een waterkruik draagt? Dat deden vrouwen alleen! Deze man moet dus wel opvallen. Het betekent ook dat dit van te voren was afgesproken. Dat blijkt later ook, want de zaal waar Jezus het Pesachmaal wil vieren is al helemaal ingericht, waarschijnlijk door de dienaren van de huiseigenaar (Lukas 22:12-13). Het lijkt wel een complot … achter de rug om van de twaalf heeft Jezus al van alles geregeld voor het Laatste Avondmaal. Waarom zou Jezus zo handelen? Men zou bijna zeggen, dat zijn we niet van Hem gewend. Maar misschien is het niet zo moeilijk om Zijn manier van doen te verklaren. Mattheüs, Markus en Lukas schrijven kort voor het gedeelte van de voorbereiding van Pesach dat Judas Iskariot op zoek was naar een gunstige gelegenheid om Jezus uit te leveren (Mattheüs 26:16 bijv.). Jezus wist dat en moest dus wel omzichtig te werk gaan, want Hij had er naar verlangd om dit laatste Pesachmaal met Zijn leerlingen te vieren (Lukas 22:15).

Daar legde Hij voor de laatste keer uit wat Hij zou gaan doen aan de hand van het brood en de wijn (zie ook 1 Korinthiërs 11:23-26). De geheime afspraak van Jezus met de twee mannen, de kruikdrager en de huiseigenaar waren dus van belang voor het goede verloop van het Laatste Avondmaal. Als Judas het eerder had geweten, zouden de soldaten van de Hogepriester, Jezus en Zijn discipelen al bij het huis staan opwachten en zou het Pesachmaal niet hebben kunnen plaatsvinden.

Jezus zegt tijdens het Laatste Avondmaal dat Hij naar de Vader zal gaan om een plaats voor de discipelen te gaan klaarmaken. Eigenlijk is het net zoiets als Hij gedaan had met het regelen van die bovenzaal voor het Pesachmaal, terwijl de discipelen daar niets van wisten. Wat wil dit voor u en voor jou zeggen? Dat Jezus echt wel aan het werk is voor jullie. Net als de discipelen weten we niet altijd hoe en wanneer en waar en waarom … maar als het eenmaal zover is, staat alles voor jullie klaar net als die bovenzaal in Jeruzalem. Met ‘als het eenmaal zover is’ bedoel ik twee dingen. Eén: als je een gelovige discipel van Jezus bent, en je sterft,  dan is het zover om bij Hem te zijn in de hemel. Twee: als je een gelovige discipel bent en Jezus komt terug,  dan is het zover om deel te nemen aan het bruiloftsmaal van het Lam in het Nieuwe Jeruzalem.

 

De leraar der gerechtigheid

Even terug naar die twee mannen in Jeruzalem. Wie in deze stad geweest is heeft misschien de zaal van het Laatste Avondmaal bezocht. Dit is niet de echte zaal geweest, maar heel waarschijnlijk is deze zaal boven de funderingen van de oorspronkelijke zaal gebouw. De wijk waarin die zaal is, was bewoond door een Joodse groepering die niet in de Bijbel genoemd wordt, maar wel heel bekend was in Jezus’ tijd: de Essenen. Wellicht heeft u wel van de Dode Zeerollen gehoord. Deze zijn gevonden in Qumran, in de woestijn van Judea. De gemeenschap die daar leefde zou ook als Esseens kunnen worden bestempeld. In deze rollen gaat het onder andere over de leraar der gerechtigheid. Wie dat was of zou gaan worden, daar waren verschillende opvattingen over. Duidelijk was echter dat deze Messiaanse persoon erg belangrijk voor hen was. Wanneer Jezus tegen de huiseigenaar laat zeggen: de ‘didaskalos’ dat is ‘Leraar’ dan klinkt daarin Esseens gedachtegoed door. We moeten niet vergeten dat Jezus aan het begin van het vierde evangelie een verblijfplaats blijkt te hebben in de buurt van Jeruzalem en dat Hij daar dus mensen kende. Niet verwonderlijk, want Hij had er familie wonen. Zacharias, Elisabeth en Johannes de Doper van Zijn moederskant woonden er. Wie zou Hij daar nog meer van Zijn moederskant hebben gehad? Een groep Essenen, die Jezus hadden erkend als de Leraar van de Gerechtigheid en Hem hielpen om de gerechtigheid van God te vervullen?

Op Goede Vrijdag, morgen, gaat het over wat dat betekent: ‘Gods gerechtheid vervullen’ en over een ander persoon die Jezus gedwongen moest helpen. 

wittedonderdag01042015.jpg